ECLI:NL:CRVB:2009:BH3771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling arbeidsbeperkingen
Appellante, voormalig confectiestikster, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar het UWV trok deze per 8 januari 2004 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, gesteund op een advies van een huisarts-deskundige die geen aanwijzingen vond dat de beperkingen waren onderschat.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij meer en zwaardere beperkingen heeft dan het UWV aannam, onderbouwd met medische rapporten. De Raad verwierp dit, mede omdat het aanvullende rapport van het UWV kort voor de zitting werd ingediend en niet kon worden betrokken, en appellante niet aanwezig was.
De Raad concludeerde dat de beperkingen adequaat waren opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), rekening houdend met rugklachten en chronisch pijnsyndroom. De deskundige achtte appellante niet arbeidsongeschikt in de zin van de WAO. De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde overtuigend dat vertreding bij de geduide functies mogelijk is.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsbeperkingen niet zijn onderschat en appellante in staat is haar geduide functies te vervullen.