ECLI:NL:CRVB:2009:BH3753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens whiplash met arbeidsmogelijkheden
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 17 maart 2006, gebaseerd op het oordeel dat zij door whiplashklachten haar oorspronkelijke werk niet kan verrichten, maar wel in staat is tot gangbare arbeid. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege een onvoldoende arbeidskundige onderbouwing.
In het hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag en het besluit van het UWV. De verzekeringsarts had de duurbeperking laten vervallen en een arbeidsdeskundige had functies geselecteerd met een theoretisch loonverlies van minder dan 15%. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat de door een neuroloog uitgevoerde expertise geen twijfel zaaide over het medisch oordeel.
De Raad benadrukte dat voor de mate van arbeidsongeschiktheid de oorzakelijkheidsvraag van de klachten niet relevant is. Tevens werd bevestigd dat het medisch onderzoek niet slechts een dossierstudie was, aangezien de verzekeringsarts appellante persoonlijk had gezien en de bezwaarverzekeringsarts de hoorzitting had bijgewoond. De Raad wees een proceskostenveroordeling af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van appellante.