ECLI:NL:CRVB:2009:BH3752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks klachten appellant
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 35-45% per 30 augustus 2006. De rechtbank Groningen wees het bezwaar af, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen bekend waren met de klachten van appellant en deze meegewogen hadden bij het vaststellen van zijn functionele mogelijkheden. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe informatie aangeleverd die twijfel zou kunnen zaaien over de medische beperkingen die door de verzekeringsartsen waren vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het besluit van het UWV terecht was en dat geen gronden aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.