ECLI:NL:CRVB:2009:BH3385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige grondslagen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien en te verlagen van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 25-35%.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch oordeel onjuist was vanwege zijn psychische problematiek en dat de rechtbank onjuiste gegevens had gebruikt bij de berekening van zijn arbeidsongeschiktheid, waaronder een onjuiste reductiefactor, maatmanloon en aantallen arbeidsplaatsen.
De Raad stelde vast dat de medische grondslag van het besluit niet onjuist was en dat de nieuwe psychologische rapportage geen nieuwe gegevens bevatte. Ook de arbeidskundige berekening van de rechtbank bleef overeind, ondanks de door appellant aangevoerde onjuistheden, omdat de correcties geen invloed hadden op de vastgestelde arbeidsongeschiktheidsklasse.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af, waardoor de vaststelling van de WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25-35% gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waardoor de herziening van de WAO-uitkering op 25-35% arbeidsongeschiktheid gehandhaafd blijft.