ECLI:NL:CRVB:2009:BH3182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld en aanvang re-integratietraject bij WAO-schatting
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar ziekengeld te beëindigen per 24 april 2006 en haar te laten starten met een re-integratietraject. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellante niet waren onderschat.
In hoger beroep stelde appellante dat zij hevige zenuwpijn ondervond en dat het medicijngebruik haar arbeidsvermogen negatief beïnvloedde. Zij overhandigde medische verklaringen van haar huisarts en neurochirurg ter onderbouwing.
De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' wordt verstaan de functies gebruikt bij de WAO-beoordeling in 2003. Het medisch onderzoek door het UWV was zorgvuldig en hield voldoende rekening met de zenuwpijn en medicatie. De aanvullende stukken van appellante gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van het ziekengeld en het starten van het re-integratietraject.
De Raad zag geen reden voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.