ECLI:NL:CRVB:2009:BH2435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ontving sinds 2003 een WAJONG-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2005 werd hij herbeoordeeld door een verzekeringsarts die beperkingen vaststelde, waarna het UWV besloot de uitkering in 2006 in te trekken omdat appellant geschikt werd geacht voor licht werk met minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische beperkingen werden onderschat en dat hij niet in staat was de voorgestelde functies uit te oefenen, mede door lichamelijke en psychische klachten. Hij overhandigde een rapportage van een gezondheidszorgpsychologe ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief aanpassingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat. Ook de arbeidskundige rapportage ondersteunde de geschiktheid van appellant voor de voorgestelde functies.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de uitkering en wees het hoger beroep af. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAJONG-uitkering en wijst het hoger beroep af.