ECLI:NL:CRVB:2009:BH2433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op gesprekken niet gegrond verklaard
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Zij werd uitgenodigd voor gesprekken over haar arbeidsinschakeling, maar verscheen niet. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert trok daarop haar bijstandsuitkering in wegens niet-nakoming van de inlichtingenverplichting. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de intrekking.
In hoger beroep stelde appellante dat zij de uitnodigingen niet tijdig had ontvangen en dat het College niet bevoegd was de uitkering in te trekken op grond van artikel 54 WWB Pro, maar hooguit een verlaging kon opleggen volgens artikel 18 WWB Pro. De Raad oordeelde dat de verplichting om te verschijnen op gesprekken een medewerkingsplicht is zoals bedoeld in artikel 9 WWB Pro en niet onder artikel 54 valt Pro. Omdat appellante niet kon worden verweten de uitnodigingen niet te hebben ontvangen, was er geen sprake van verwijtbare niet-nakoming.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, herroept het intrekkingsbesluit en veroordeelde het College tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Hiermee is het geschil definitief beslecht ten gunste van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.