ECLI:NL:CRVB:2009:BH2403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking aanvulling algemene bijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving sinds 1973 algemene bijstand aanvullend op haar arbeidsongeschiktheidsuitkering. In 2005 werd deze bijstand ingetrokken omdat haar vermogen, waaronder een levensverzekering met een afkoopwaarde van €16.069, hoger was dan de vrij te laten vermogensgrens volgens de Wet werk en bijstand (WWB).
Appellante voerde aan dat de levensverzekering niet als vermogen meegewogen mocht worden omdat zij de premies betaalde uit haar bijstandsuitkering. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had overgelegd om aannemelijk te maken dat het vermogen uit bijstand was gespaard. Ook bleek dat de eerste inleg van de levensverzekering een gift was, waardoor dit bedrag niet uit bijstand afkomstig kon zijn.
De Raad concludeerde dat het College van burgemeester en wethouders bevoegd was om de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, derde lid, WWB. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens geweigerd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de aanvulling op algemene bijstand wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.