ECLI:NL:CRVB:2009:BH2396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schriftelijke mededeling over verrekening openstaande vordering
Appellante maakte bezwaar tegen een brief van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin de voorwaarden voor verrekening van een openstaande vordering met vakantiegeld werden medegedeeld.
Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, stellende dat de brief slechts een aankondiging betrof zonder rechtsgevolg.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad merkt op dat eventuele bezwaren tegen intrekking en terugvordering van bijstand niet in dit geding kunnen worden behandeld, omdat hierover al eerder is beslist.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.