ECLI:NL:CRVB:2009:BH2375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig voorman-timmerman, meldde zich in 2001 arbeidsongeschikt vanwege psychische klachten. Na diverse beoordelingen werd zijn arbeidsongeschiktheid in 2003 vastgesteld op 80-100%. Het UWV trok in 2005 de WAO-uitkering in, omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen werk. Na bezwaar besloot het UWV de uitkering deels te herzien en vast te stellen op 45-55% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank benoemde psychiater Van Eyk als deskundige, die concludeerde dat de problematiek van appellant samenhangt met zijn persoonlijkheid en niet met een psychiatrische ziekte. De deskundige vond de belastbaarheid van appellant vergelijkbaar met de situatie in maart 2006 en onderschreef het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel bestand is tegen stressvolle omstandigheden in zijn functie, maar dat het gevoel van onrechtvaardige behandeling de oorzaak is van zijn klachten. De Raad volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit op een juiste medische grondslag berust. De Raad zag geen reden af te wijken van het deskundigenrapport en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op basis van een juiste medische grondslag.