ECLI:NL:CRVB:2009:BH2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid ondanks medische beperkingen
Appellante was administratief medewerkster en viel uit wegens vermoeidheidsklachten. Na een medisch onderzoek in 2006 werden haar beperkingen vastgesteld, maar een arbeidsdeskundige concludeerde dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid. Het UWV trok daarop haar WAO-uitkering in. In bezwaar en beroep voerde appellante aan dat zij door vermoeidheidsklachten en concentratiestoornissen niet kon werken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar deed dit zonder toestemming van partijen voor afdoening buiten een nadere zitting, wat de Raad ambtshalve vernietigde. De Raad beoordeelde vervolgens zelf de zaak zonder terugwijzing. De medische beperkingen zijn vastgesteld door verzekeringsartsen en ondersteund door functionele mogelijkhedenlijsten (FML's), waarbij ook rekening is gehouden met aanvullende beperkingen.
De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische beperkingen en achtte de beschrijving van de belasting in de maatgevende arbeid voldoende onderbouwd. Met inachtneming van de beperkingen kon appellante de werkzaamheden verrichten. Daarom is het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking van haar WAO-uitkering bevestigd.