ECLI:NL:CRVB:2009:BH2329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-levensvatbaar bedrijf zelfstandige
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), met de verwachting dat zijn bedrijfsbemiddelingsactiviteiten in 2006 inkomsten zouden genereren. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente wees de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, mede vanwege negatieve omzetprognoses en een problematische schuldenlast van appellant en zijn partner.
Een advies van IMK Intermediair B.V. was deels positief, maar de Regionale commissie zelfstandigen adviseerde afwijzing vanwege de omzetverwachtingen en schuldenproblematiek. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarbij het gezinskarakter van het recht op bijstand werd betrokken.
In hoger beroep handhaafde de Raad deze beoordeling. De Raad oordeelde dat het bedrijf niet levensvatbaar was omdat er onvoldoende zekerheid bestond dat het binnen afzienbare tijd voldoende inkomen zou genereren. De schuldenlast en onzekere saneringsmogelijkheden maakten de positieve prognoses speculatief. De afwijzing van de bijstandsaanvraag werd daarom terecht gehandhaafd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van zijn bedrijf.