ECLI:NL:CRVB:2009:BH2308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, financieel analist, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2005 concludeerde de verzekeringsarts dat zij duurzaam benutbare mogelijkheden had, waarna het Uwv de WAO-uitkering per 2006 herzag tot 15-25% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een daarop volgend besluit tot intrekking van haar Ziektewet-uitkering per 30 maart 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond en het beroep tegen het tweede besluit gegrond, waarbij het tweede besluit werd vernietigd wegens onrechtmatige terugwerkende kracht. In hoger beroep stelde appellante dat zij op medische gronden niet geschikt was voor de voorgestelde functies en dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat de medische situatie zorgvuldig was beoordeeld door zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts, die alle relevante medische informatie had betrokken. De Raad vond geen aanleiding tot nader medisch onderzoek en onderschreef de arbeidskundige motivering dat appellante de geselecteerde functies kon vervullen. Hoewel de motivering van de geschiktheid van de functies pas in hoger beroep voldoende was, vernietigde de Raad het eerste besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Het beroep tegen het tweede besluit en het besluit van 14 maart 2007 werd ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. De uitspraak bevestigt de noodzaak van een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het eerste bestreden besluit wordt vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen, het tweede bestreden besluit wordt bevestigd en het beroep tegen het besluit van 14 maart 2007 wordt ongegrond verklaard.