ECLI:NL:CRVB:2009:BH2265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling met voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig productiemedewerkster, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een arts en arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 3 mei 2006 in. Appellante stelde bezwaar in met medische en arbeidskundige bezwaren en voerde aan dat haar was toegezegd dat zij niet meer zou worden herbeoordeeld vanwege haar leeftijd.
De rechtbank vernietigde het besluit op arbeidskundige gronden omdat de geschiktheid van de functies waarop de beoordeling was gebaseerd onvoldoende was gemotiveerd. Echter, na overlegging van een aanvullend rapport van de bezwaararbeidsdeskundige, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van proceseconomische redenen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de rechtbank terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, zoals toegestaan onder artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad wijst de stelling van appellante af dat dit onverenigbaar zou zijn met de vernietiging van het besluit.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks vernietiging van het besluit op arbeidskundige gronden.