ECLI:NL:CRVB:2009:BH1803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 65-80% naar 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de vermindering van beperkingen ten opzichte van 2003 onvoldoende was onderbouwd en dat niet alle klachten waren betrokken. Ook stelde hij dat de noodzaak van een duurbeperking niet aan de hand van feitelijke werkzaamheden was beoordeeld, terwijl hij slechts 20 uur per week aangepast werk kon volhouden.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld op de peildatum 30 januari 2006. Verschillen met eerdere beoordelingen behoeven geen nadere toelichting. Er waren geen medische stukken die een zwaardere beperking onderbouwden. De Standaard Verminderde Arbeidsduur was correct toegepast en de noodzaak van een duurbeperking wordt medisch beoordeeld, niet op basis van feitelijke werkzaamheden.
Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.