ECLI:NL:CRVB:2009:BH1591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek herziening dagloon WAO-uitkering zonder nieuwe feiten
Appellant, die sinds 1 juli 1973 tot en met 31 december 1999 bij dezelfde werkgever werkte, vroeg herziening van het dagloon waarop zijn WAO-uitkering is gebaseerd. Hij stelde dat hij gedurende zijn loopbaan meer uren had gewerkt dan in het laatste jaar voor zijn arbeidsongeschiktheid, waar het dagloon op was gebaseerd.
Het UWV wees het verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die niet eerder bekend waren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen, waarbij het onderscheid maakte tussen de periode vóór en na het herzieningsverzoek. Voor de periode vóór het verzoek was geen sprake van nieuwe feiten, maar na het verzoek moest een minder terughoudende toets worden toegepast.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren voor de periode vóór het verzoek en dat het UWV terecht het verzoek afwees. Ook bevestigde de Raad dat het UWV bij de vaststelling van het dagloon correct had gehandeld, rekening houdend met het feit dat appellant sinds 1996 parttime werkte uit eigen keuze. Het beroep tegen het besluit van 6 mei 2008 werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering herziening dagloon is ongegrond verklaard.