ECLI:NL:CRVB:2009:BH0781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van strafontslag wegens aannemen geld van derden zonder toestemming
Appellant was werkzaam bij de gemeente Kerkrade en belast met de ambtelijke voorbereiding van de koop en verkoop van gemeentelijk onroerend goed. Na de verkoop van zes woningen aan een derde, ontving appellant circa €1.500 van een collega, waarvan hij wist dat het geld afkomstig was van de koper als een beloning voor de transactie.
Het college legde appellant op grond van artikel 8:13 van Pro de CAR/UWO ongevraagd ontslag op wegens het aannemen van geld van derden zonder voorafgaande toestemming en zonder melding achteraf. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant zich schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim door het aannemen van een gift in verband met zijn dienstbetrekking, zonder dat sprake was van een tegenprestatie of bevoordeling bij de transactie. Het college was bevoegd om disciplinair te straffen en de opgelegde straf was niet onevenredig, ondanks de langdurige staat van dienst van appellant.
De Raad verwierp tevens het verweer dat vertrouwelijkheid van het strafdossier was geschonden en dat appellant voorafgaand aan het besluit niet voldoende was gehoord. Het interne contra-advies bevatte geen nieuwe feiten, zodat hernieuwde hoorplicht niet bestond.
De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 8 januari 2009 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het disciplinaire ontslag wegens het zonder toestemming aannemen van geld van derden.