ECLI:NL:CRVB:2009:BH0342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo en besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Almelo over de terugvordering van bijstand. Het College had de bijstand aan een derdebelanghebbende ingetrokken omdat appellant en deze persoon een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug op grond van hoofdelijke aansprakelijkheid.
De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering over een deel van de periode vernietigd, waarna het College een nieuw besluit nam dat de terugvordering beperkte tot een bedrag van € 11.227,54 over de periode van 13 mei 2005 tot en met 31 januari 2006. Appellant maakte bezwaar tegen deze medeterugvordering.
De Raad oordeelt dat appellant en de derdebelanghebbende in de genoemde periode een gezamenlijke huishouding voerden zoals bedoeld in de WWB, en dat appellant als persoon met wiens middelen rekening gehouden moest worden, terecht mede aansprakelijk is gesteld. De Raad volgt de vaste rechtspraak dat terugvordering mede van de partner mogelijk is, ook als deze een inkomen had boven de bijstandsnorm. De Raad vernietigt het besluit van 15 juni 2006 in zijn geheel en het besluit van 10 augustus 2007, en bepaalt dat de terugvordering beperkt blijft tot het genoemde bedrag over de genoemde periode. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt beperkt tot € 11.227,54 over de periode van 13 mei 2005 tot en met 31 januari 2006.