ECLI:NL:CRVB:2009:BH0188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor andere functies
Appellant, een machinaal houtbewerker, ontving sinds december 1999 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het UWV trok deze uitkering per 13 november 2006 in, omdat appellant volgens het UWV geschikt is voor andere functies zoals meteropnemer, monteur loopwerken en wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur, met een verlies aan verdienvermogen van minder dan 15%.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat zijn functionele beperkingen, met name het reiken, niet correct waren vastgesteld en dat hij de voorgestelde functies niet kan vervullen. Tevens betwistte hij de verlaging van het maatmaninkomen.
De Raad overwoog dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen zijn onderschat, mede gelet op medische rapporten die een vrij goed functionerende rug bevestigen en geen hernia. De functies zijn passend geacht op grond van belastbaarheid en functiegegevens. De kleine verlaging van het maatmaninkomen doet niet af aan de conclusie dat het verdienvermogenverlies minder dan 15% bedraagt.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor andere functies met minder dan 15% verdienverlies.