ECLI:NL:CRVB:2009:BH0144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verhoging WAO-uitkering wegens onvoldoende toegankelijke functies
Appellant maakte bezwaar tegen het UWV-besluit van 19 april 2005 waarin de verhoging van zijn WAO-uitkering werd geweigerd. Het UWV verhoogde later de uitkering per 19 juni 2003 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar liet na te beslissen over het verzoek om wettelijke rente.
De Centrale Raad oordeelde dat het beroep tijdig was ingesteld en dat de rechtbank ten onrechte niet op het renteverzoek had beslist. De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende Nederlands spreekt en geen Engels, waardoor functies zoals hotelsteward niet toegankelijk zijn. De verwijzing van het UWV naar een regeling uit 2004 was niet relevant voor de vroegere situatie.
Daarom zijn onvoldoende functies beschikbaar om de schatting van arbeidsongeschiktheid te dragen. Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van 27 juli 2006 vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden besluiten worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.