ECLI:NL:CRVB:2009:BG9477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante is in hoger beroep gegaan tegen het besluit van het Uwv tot intrekking van haar WAO-uitkering per 1 juni 2006 vanwege een afgenomen mate van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%.
Zij stelde dat haar psychische beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) ernstig waren onderschat, onderbouwd met rapportages van haar behandelend psychiater en huisarts. De Raad hechtte echter doorslaggevende waarde aan de rapportages van de bezwaarverzekeringsartsen, die het medisch onderzoek zorgvuldig en weloverwogen hadden uitgevoerd, waarbij ook de informatie van de behandelend artsen was meegewogen.
De Raad oordeelde dat er geen gegevens waren die een verdere beperking in de FML rechtvaardigden en dat de geschiktheid van appellante voor de geselecteerde functies voldoende was vastgesteld. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en de intrekking van de uitkering gehandhaafd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door R.C. Stam, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 9 januari 2009.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische beperkingen niet verder reiken dan vastgesteld.