ECLI:NL:CRVB:2009:BG9174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en betrokkenheid bij autohandel en hennepkwekerijen
Appellant ontving vanaf juni 1995 bijstand, maar het College van B&W Utrecht stelde een onderzoek in naar vermeende gezamenlijke huishouding en onrechtmatigheden. Uit het onderzoek bleek dat appellant betrokken was bij autohandel en hennepkwekerijen, zonder dit te melden aan het College. Op basis hiervan werd de bijstand herzien en teruggevorderd over de periode van 1 juni 1999 tot en met 31 december 2005.
Appellant betwistte zijn betrokkenheid bij autohandel en hennepkwekerijen en voerde aan dat er onvoldoende feitelijke grondslag was voor intrekking. De Raad beoordeelde de feiten per periode en concludeerde dat voor sommige periodes onvoldoende bewijs was voor doorlopende activiteiten, waardoor intrekking onterecht was. Voor andere perioden was de intrekking terecht vanwege schending van de inlichtingenverplichting en het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand.
De Raad vernietigde het besluit op bezwaar gedeeltelijk, beperkte de intrekking tot specifieke perioden, en beval het College een nieuw besluit te nemen over de terugvordering. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt beperkt tot specifieke perioden, het besluit op bezwaar wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de terugvordering.