ECLI:NL:CRVB:2008:BH2024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid van forfaitaire vervoersvergoeding voor gehandicapte met eigen auto
Appellante, een gehandicapte met beperkingen in mobiliteit, ontving van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam een forfaitaire tegemoetkoming in vervoerskosten van €580 per jaar, gebaseerd op 2000 kilometer tegen €0,29 per kilometer. Na invoering van een nieuw systeem in 2004 werd deze vergoeding vastgesteld op basis van categorieën, waarbij appellante in categorie 3 werd ingedeeld.
Appellante voerde aan dat de vergoeding onvoldoende was om haar vervoersbehoefte te dekken en dat de kilometerprijs niet kostendekkend was. Zij stelde dat zij met het bedrag niet 2000 kilometer kon rijden en dat het verschil met hogere vergoedingen voor andere categorieën onrechtvaardig was. Het College handhaafde het besluit en verwees naar vergelijkbare kilometerprijzen en indexering.
De Raad oordeelde dat de wetgever gemeenten beleidsvrijheid geeft bij het vaststellen van vervoersvoorzieningen en dat de vergoeding van circa 2000 kilometer per jaar in beginsel voldoet aan de ondergrens om gehandicapten in aanvaardbare mate deel te laten nemen aan het leven van alledag. Appellante had onvoldoende onderbouwd dat de kilometerprijs in 2004 onjuist was en het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de categorieën niet vergelijkbaar zijn. De Raad bevestigde daarom het besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de forfaitaire vergoeding van €580 per jaar voor vervoerskosten van appellante rechtmatig en toereikend is.