ECLI:NL:CRVB:2008:BH0621
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij ontslag ambtenaar wegens onbekwaamheid
Verzoeker, sinds 1967 in dienst van de minister en werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten, is ontslagen wegens onbekwaamheid volgens artikel 94 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie. Tegen dit ontslagbesluit maakte hij bezwaar, waarna de minister besloot een medisch onderzoek te laten verrichten om mogelijke medische oorzaken van de ongeschiktheid te onderzoeken. Verzoeker weigerde echter mee te werken aan dit onderzoek omdat hij al ontslagen was.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat het ontslagbesluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat het medisch onderzoek pas in bezwaar werd ingezet. Tevens voerde hij aan dat hij financieel in nood verkeerde door het ontbreken van een werkloosheidsuitkering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gebreken in het primaire besluit in bezwaar kunnen worden hersteld en dat het medisch onderzoek in bezwaar kan worden uitgevoerd zonder dat het ontslagbesluit eerst hoeft te worden geschorst of ingetrokken. De medische stukken van verzoeker konden het voorlopige oordeel niet wijzigen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslagbesluit wegens onbekwaamheid wordt afgewezen.