ECLI:NL:CRVB:2008:BG9697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Uitzending ambtenaar naar Nederlandse Antillen en toepassing uitzendvoorwaarden
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, werd van 2000 tot 2003 uitgezonden naar Sint Maarten onder bijzondere verlofvoorwaarden en een toelage op grond van een honoreringsregeling. In 2001 trad het Besluit beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba in werking, met nadere regels over arbeidsvoorwaarden. Appellant koos voor de concept-regeling (concept-Rbana) die op hem van toepassing zou zijn.
Appellant verzocht in 2004 om herziening van zijn uitzendvoorwaarden, wat door de minister werd afgewezen. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Roermond werd het besluit herroepen en later inhoudelijk afgewezen. Appellant stelde dat de minister onrechtmatig handelde, dat het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel waren geschonden en dat proceskosten vergoed moesten worden.
De Raad oordeelde dat de minister bevoegd was om te beslissen over de ter beschikking stelling en arbeidsvoorwaarden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan dat de definitieve regeling ook met terugwerkende kracht op appellant zou gelden. Het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de TAU-regeling voor politieambtenaren niet vergelijkbaar was met de situatie van appellant.
Wel werd vastgesteld dat het eerste besluit onrechtmatig was en dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding had toegekend. De Raad veroordeelde de minister tot vergoeding van € 322,- aan proceskosten. De overige klachten van appellant werden afgewezen.
Uitkomst: De minister is bevoegd verklaard, het beroep op vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel is afgewezen, maar proceskosten van €322 zijn aan appellant toegekend.