ECLI:NL:CRVB:2008:BG9467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij WAO-uitkering
Betrokkene ontving een WAO-uitkering op basis van een besluit van 7 januari 2004. Zij maakte pas op 29 mei 2006 bezwaar tegen de hoogte van de uitkering, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk omdat het besluit niet op de juiste wijze zou zijn bekendgemaakt. De Raad vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat appellant het besluit niet aangetekend heeft verzonden, maar dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt het besluit niet te hebben ontvangen.
De Raad stelt vast dat betrokkene gedurende meer dan twee jaar betalingen en specificaties ontving en dat zij eerder contact had kunnen opnemen bij onduidelijkheid. Ook was aangekondigd dat een beslissing zou volgen. Hierdoor had betrokkene kennis van de uitkeringshoogte en kan niet worden aangenomen dat zij het besluit niet op niet ongeloofwaardige wijze heeft ontkend.
Daarom is de termijn voor bezwaar ruimschoots overschreden zonder verschoonbare reden. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.