ECLI:NL:CRVB:2008:BG9257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder. Het College trok de bijstand met ingang van 22 januari 2005 in en vorderde de kosten terug omdat appellante zonder melding een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner, die een WAO-uitkering ontving en hoofdverblijf had in haar woning.
De Raad stelde vast dat de partner sinds de geboorte van hun kind op 22 januari 2005 in de woning van appellante verbleef, ondanks korte perioden van afwezigheid. Diverse verklaringen, waaronder die van appellante, haar partner en derden, bevestigden dit. De Raad verwierp het verweer van appellante dat de gezamenlijke huishouding niet bestond in de periode.
De Raad oordeelde dat appellante in strijd handelde met haar inlichtingenverplichting en dat het College terecht de bijstand introk en de kosten terugvorderde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding worden bevestigd.