ECLI:NL:CRVB:2008:BG8896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs levensonderhoud voorafgaand aan aanvraag
Appellante diende op 20 september 2006 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees deze aanvraag op 27 september 2006 af vanwege onvoldoende informatie over haar levensonderhoud voorafgaand aan de aanvraag. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd op 18 december 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante zich op het standpunt dat zij wel degelijk recht had op bijstand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenverplichting zoals neergelegd in artikel 17 WWB Pro. Zij had slechts een enkel bankafschrift overgelegd dat onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie en weigerde om privacyredenen nadere gegevens te verstrekken over geldleningen en verblijfplaatsen.
Omdat appellante niet kon aantonen hoe zij in haar levensonderhoud voorzag, kon niet worden vastgesteld of zij bijstandbehoevend was. De Raad liet de gevolgen van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting voor rekening van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand wegens onvoldoende bewijs van levensonderhoud voorafgaand aan de aanvraag.