ECLI:NL:CRVB:2008:BG8812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dagloonberekening bij werknemer met arbeidsbeperking volgens artikel 11 Besluit dagloonregels
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem die het besluit van het UWV bevestigde over de vaststelling van het dagloon van een arbeidsgehandicapte werknemer. Betrokkene, in dienst bij appellante, meldde zich ziek op 12 februari 2007. Het UWV kende een uitkering toe op basis van een dagloon van €77, waarbij het loon werd berekend over het laatste aangiftetijdvak voorafgaand aan de ziekmelding.
Appellante voerde aan dat het dagloon volgens de website van het UWV gebaseerd zou moeten zijn op het gemiddelde loon per werkdag over het afgelopen jaar, en dat de gehanteerde methode tot een nadelige uitkomst leidde omdat betrokkene in het laatste aangiftetijdvak twee weken vakantie had zonder doorbetaling van loon. De rechtbank oordeelde echter dat artikel 11 van Pro het Besluit dagloonregels voor werknemers met beperkingen van toepassing is, waardoor deze berekeningsmethode correct was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en overwoog dat het Besluit een afwijkende systematiek voorschrijft voor werknemers als betrokkene, waarbij het dagloon wordt berekend op basis van het loon in het laatste aangiftetijdvak voorafgaand aan de ziekmelding. Hoewel dit in dit geval tot een lager dagloon leidt, biedt het Besluit geen ruimte voor een langere referteperiode. De Raad wees erop dat het aan de wetgever is om eventuele onredelijke effecten te corrigeren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.