ECLI:NL:CRVB:2008:BG8775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op halfwezenuitkering na 18e verjaardag
Appellante, woonachtig in Marokko, ontving sinds oktober 2001 een halfwezenuitkering voor haar zoon Said Belhadj, geboren in 1989. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze uitkering per 30 juni 2007, omdat Said dat jaar 18 jaar werd. Appellante maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar dit werd door de Svb ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van de Svb ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat op grond van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene Nabestaandenwet (ANW) het recht op een halfwezenuitkering dwingend eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de 18e verjaardag van de halfwees.
Omdat deze wettelijke bepaling dwingend is, kon het hoger beroep niet slagen. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. de Mooij, in aanwezigheid van griffier R.B.E. van Nimwegen, op 18 december 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de halfwezenuitkering per 30 juni 2007 wordt bevestigd.