ECLI:NL:CRVB:2008:BG8596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.P.C. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding innovatieve kankerbehandelingen wegens onvoldoende effectiviteit
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van een patiënt tegen de weigering van de zorgverzekeraar Cz om vergoeding te verlenen voor innovatieve behandelingen tegen sigmoïdcarcinoom met levermetastasen, uitgevoerd in Duitsland. De behandelingen betroffen locoregionale hyperthermie, totale hyperthermie, dendritische celtherapie en locoregionale chemotherapie.
De zorgverzekeraar had de vergoeding geweigerd op grond van het gebruikelijkheidscriterium uit de Ziekenfondswet, omdat deze behandelingen niet gebruikelijk zijn binnen de beroepsgroep. De rechtbank had dit standpunt bevestigd en de Raad toetste dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de medisch adviseur van Cz voldoende inzichtelijk had gemaakt dat de effectiviteit van de behandelingen onvoldoende was aangetoond aan de hand van relevante gegevens. De Raad vond onvoldoende aanleiding om af te wijken van deze beoordeling, ondanks dat enkele gezaghebbende specialisten een andere mening hadden. Ook werd de locoregionale chemotherapie niet als TACE aangemerkt.
Ten slotte werd geoordeeld dat geen uitzonderingssituatie bestond die een afwijking van het gebruikelijkheidscriterium rechtvaardigde. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding wegens onvoldoende aangetoonde effectiviteit van de behandelingen.