ECLI:NL:CRVB:2008:BG8461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant kreeg bij besluit van 31 mei 2006 een herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15 tot 25% per 30 juli 2006. Na bezwaar werd dit percentage bij besluit van 14 mei 2007 verhoogd naar 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het beroep tegen het tweede besluit af.
In hoger beroep betoogde appellant dat de overgang van het beoordelingssysteem (FIS naar CBBS) onvoldoende verklaard was en dat zijn verslechterde gezondheid, fysiotherapie en pijnstillende injecties onvoldoende waren meegewogen. Hij verzocht om een aanvullend medisch onderzoek.
De Raad overwoog echter dat de rechtbank de medische beoordeling zorgvuldig had uitgevoerd, waarbij beperkingen op rug, nek, heupen en hoofdpijn waren meegenomen. Er waren geen nieuwe medische stukken die de eerdere conclusies betwistten. De Raad zag geen aanleiding voor aanvullend onderzoek en bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarmee het hoger beroep faalde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.