ECLI:NL:CRVB:2008:BG8459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht statutair directeur als werknemer op grond van gezagsverhouding
Appellante, een groothandel in tabaksartikelen, betwistte de verzekeringsplicht van haar financieel directeur op grond van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten. Het UWV had correcties en boetenota's opgelegd na een looncontrole over de jaren 2002-2004, welke door de rechtbank Amsterdam waren bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de drie essentiële kenmerken van een dienstbetrekking – persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding – aanwezig waren. Hoewel de directeur geen aandelen bezat en een VAR-DGA had, was sprake van een gezagsverhouding omdat de Stichting die de aandelen hield aanwijzingen kon geven en controle uitoefende.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat de Belastingdienst toezeggingen had gedaan die het standpunt van appellante ondersteunden. Ook de opgelegde boeten werden terecht geacht omdat appellante niet aan haar verplichtingen had voldaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de statutair directeur een dienstbetrekking had en verzekeringsplichtig was, en verklaart het hoger beroep ongegrond.