ECLI:NL:CRVB:2008:BG8455

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1102 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 11 januari 2008, stellende dat er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die tot een andere uitspraak zouden hebben geleid indien deze bekend waren geweest.

De Raad heeft het verzoekschrift beoordeeld en geoordeeld dat de door verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden niet kwalificeren als nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad benadrukt dat een herzieningsverzoek alleen kan worden toegewezen indien sprake is van feiten of omstandigheden die voor de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing hadden kunnen leiden.

Verder is tijdens de zitting op 7 november 2008 het Uwv niet verschenen, waardoor de Raad het verzoek van het Uwv om proceskostenvergoeding afwijst omdat er geen kosten zijn gemaakt. De Raad besluit het verzoek om herziening af te wijzen en bevestigt daarmee de onherroepelijkheid van de eerdere uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/1102 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van
11 januari 2008, 05/7338, in het geding tussen:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoekster verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 januari 2008, 05/7338.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2008. Verzoekster was vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Voor het Uwv is niemand verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 11 januari 2008 stellende dat er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die, indien zij bij de Raad bekend zouden zijn geweest, zouden hebben geleid tot een andere uitspraak, aldus verzoekster; zij gaat er daarom vanuit dat de Raad bepaalde stukken niet in zijn beoordeling heeft betrokken. Op grond daarvan moet geoordeeld worden dat de in die stukken gerelateerde feiten en omstandigheden, die door verzoekster samengevat naar voren zijn gebracht, feiten en omstandigheden zijn die nopen tot toelichting van de zaak.
3.1. De Raad overweegt dat de door verzoekster kennelijk gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
3.2. De Raad heeft echter in het verzoekschrift geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb kunnen ontwaren. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
4. Met betrekking tot het verzoek van het Uwv om verzoekster te veroordelen in de proceskosten volstaat de Raad met de opmerking dat het Uwv geen voor vergoeding in aanmerking komende (reis)kosten heeft gemaakt, nu er geen vertegenwoordiger van het Uwv ter zitting van de Raad is verschenen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en T. Hoogenboom en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van
A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 december 2008.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) A.C. Palmboom.
TM