ECLI:NL:CRVB:2008:BG8424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Weigering terug te komen op intrekking WAO-uitkering ondanks rughernia
Appellant had vanaf 1991 een WAO-uitkering wegens schouder- en rugklachten, die in 1994 werd ingetrokken. Hij verzocht in 2002 om terugkeer van de uitkering, stellende dat hij in 1994 leed aan een rughernia die toen niet was onderkend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het UWV handhaafde het besluit niet terug te komen op de intrekking.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het terugkomen op het besluit konden rechtvaardigen. De rugklachten waren in 1994 al bekend en de gestelde onderwaardering had in het bezwaar tegen de intrekking naar voren kunnen worden gebracht. Het UWV had daarmee in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik kunnen maken.
Hoewel appellant nieuwe medische stukken overlegde, kon het UWV deze niet meenemen bij het bestreden besluit omdat zij bij dat besluit niet bekend waren. De Raad wees erop dat appellant zich opnieuw tot het UWV kan wenden met deze gegevens. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om niet terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering van appellant.