ECLI:NL:CRVB:2008:BG8418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing naar rechtbank wegens onduidelijkheid medische grondslag WAO-uitkering
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 4 september 2006 te beëindigen. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het primaire medische onderzoek niet door een verzekeringsarts was uitgevoerd, en oordeelde dat dit gebrek niet was hersteld in de bezwaarfase. De rechtbank gaf appellant de opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overweging.
Appellant stelde in hoger beroep dat het gebrek in de primaire fase was hersteld doordat de bezwaarverzekeringsarts betrokkene had gesproken en aanvullende informatie had betrokken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door ambtshalve het gebrek te beoordelen, terwijl dit niet in beroep was aangevoerd.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nadere behandeling, waarbij de rechtbank opnieuw de medische grondslag van het besluit moet beoordelen. De Raad gaf geen oordeel over de overige beroepsgronden en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de medische grondslag.