ECLI:NL:CRVB:2008:BG8374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering eigen risicodrager na vijf jaar
Appellante was sinds 1 juli 2004 eigen risicodrager voor de WAO-uitkeringen en droeg het risico voor de betaling van de WAO-uitkering aan haar ex-werkneemster gedurende vijf jaar. Het UWV had de reeds betaalde WAO-uitkering vanaf juli 2004 teruggevorderd van appellante, omdat de uitkering volgens het UWV ten onrechte werd betaald.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond verklaard en daarbij overwogen dat appellante een eigen onderzoeksplicht had bij de aanvraag van het eigen risicodragerschap. Tevens was een brief van de ex-werkneemster waarin zij aangaf haar werk te kunnen hervatten niet voldoende om te concluderen dat de WAO-uitkering was beëindigd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en wees erop dat appellante het toekenningsbesluit destijds had kunnen aanvechten, maar dit niet had gedaan. Ook het beroep op artikel 87e van de WAO en het EVRM faalde. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.