ECLI:NL:CRVB:2008:BG7985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand en toekenning proceskosten na bezwaar
Appellant, een Duitse staatsburger die sinds 2001 in Valkenburg aan de Geul woont, diende in 2005 een aanvraag in voor bijstand op grond van de WWB nadat hem in Duitsland een arbeidsongeschiktheidsuitkering was ontzegd. Het College wees de aanvraag aanvankelijk af, waarna appellant bezwaar maakte. Na diverse beslissingen en een uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde, kende het College bijstand toe met terugwerkende kracht vanaf de datum van de aanvraag.
Appellant vorderde daarnaast vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing niet-ontvankelijk, wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en verwierp het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.
In hoger beroep stelde appellant dat de procedure onredelijk lang had geduurd en dat het College meerdere malen beslistermijnen had overschreden. De Raad oordeelde echter dat de totale procedure van bezwaar en beroep ruim drie jaar had geduurd, maar dat dit geen schending van de redelijke termijn volgens het EVRM opleverde. Wel werd geoordeeld dat het College ten onrechte geen vergoeding voor de kosten van het bezwaar had toegekend, omdat het besluit van afwijzing onrechtmatig was en de wettelijke vereisten voor vergoeding van deze kosten waren vervuld.
De Centrale Raad vernietigde het besluit voor zover het geen vergoeding voor de kosten van bezwaar bevatte, veroordeelde het College tot vergoeding van de kosten van bezwaar en hoger beroep en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar en hoger beroep, terwijl het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen.