ECLI:NL:CRVB:2008:BG7891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over taalvaardigheid portierfuncties
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) haar arbeidsongeschiktheid vaststelde op 15 tot 25%. De rechtbank Breda vernietigde het besluit deels omdat onvoldoende was toegelicht dat de functies waarop de schatting was gebaseerd, passend waren.
In hoger beroep richtte appellante zich specifiek op het oordeel dat zij geschikt zou zijn voor portierfuncties, omdat zij onvoldoende beheersing van de Duitse taal zou hebben. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat in deze functies slechts minimale eisen worden gesteld aan de Duitse taalvaardigheid, waaraan appellante met één jaar MAVO-onderwijs in Duits voldoet.
De Raad onderschreef de motivering van de bezwaararbeidsdeskundige en de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee het besluit tot herziening van de WAO-uitkering in stand bleef. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.