ECLI:NL:CRVB:2008:BG7387
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand na schending inlichtingenplicht
Verzoeker heeft op 30 januari 2007 bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na onderzoek naar zijn woonsituatie en een huisbezoek op 8 maart 2007, waarbij verzoeker niet meewerkte, wees het College de aanvraag op 22 maart 2007 af wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht. Het bezwaar van verzoeker werd op 10 mei 2007 ongegrond verklaard.
Verzoeker stelde zich in hoger beroep en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om de bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen en te bepalen dat het College ten onrechte de afwijzing baseerde op schending van de inlichtingenplicht. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sinds juli 2007 sprake was van een periodiek inkomen en dat het belang van verzoeker bij de voorlopige voorziening niet spoedeisend was. De vermeende schuldenlast werd niet aannemelijk gemaakt en ook de mogelijke strafrechtelijke vervolging bood geen grond voor onverwijlde spoed. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.