ECLI:NL:CRVB:2008:BG7249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens overschrijding maximale vakantieduur in het buitenland
Appellant ontving bijstand en meldde op 5 april 2006 vertrek naar Kroatië zonder verblijfsduur te specificeren. Het College stelde hem schriftelijk op de hoogte van de maximale vakantieduur van vier weken met behoud van bijstand en de gevolgen van overschrijding.
De rechtbank verklaarde bezwaar tegen het besluit van 7 juni 2006 niet-ontvankelijk omdat het niet op rechtsgevolg zou zijn gericht, maar de Raad oordeelt dat dit besluit wel rechtsgevolg heeft en vernietigt de uitspraak. De brief van 4 april 2006 wordt niet als besluit aangemerkt, waardoor bezwaar daartegen niet-ontvankelijk is.
Appellant stelde dat hij onterecht werd onderscheiden van personen van 57,5 jaar zonder arbeidsverplichtingen die dertien weken vakantie mogen houden. De Raad verwierp dit omdat appellant ten tijde van het geschil niet was ontheven van arbeidsverplichtingen.
Het College heeft het recht op bijstand terecht vastgesteld en appellant correct uitgesloten voor de periode van 25 april tot en met 14 mei 2006. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard, besluiten vernietigd, bezwaar tegen brief niet-ontvankelijk en bezwaar tegen besluit ongegrond verklaard.