ECLI:NL:CRVB:2008:BG7221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functie
Appellante meldde zich op 10 juni 2005 ziek en kreeg aanvankelijk ziekengeld toegekend. Na meerdere medische onderzoeken en operaties aan knie en enkels, oordeelde het UWV dat zij geschikt was voor de functie productiemedewerker textiel per 3 april 2006 en 18 mei 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen waren toegenomen en dat zij niet in staat was om de functie uit te oefenen, mede vanwege het ontbreken van een volledig medisch onderzoek door het UWV. De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid wordt verstaan, maar dat bij blijvende ongeschiktheid en geen hervatting van werk de functies waarvoor de verzekerde geschikt is geacht bij de WAO-beoordeling maatgevend zijn.
De Raad concludeerde dat de medische beoordelingen zorgvuldig waren en dat appellante geschikt was voor ten minste één functie, waardoor zij geen recht meer had op ziekengeld. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt is voor een passende functie.