ECLI:NL:CRVB:2008:BG7122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken actueel belang bij maatman WAO-uitkering
Appellante, die een WAO-uitkering ontving op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maakte bezwaar tegen de intrekking van haar uitkering per 13 februari 2006. Het bezwaar werd gegrond verklaard, waarna haar uitkering ongewijzigd werd voortgezet. In hoger beroep stelde appellante dat haar maatman op 31,25 uur per week moest worden vastgesteld in plaats van 10 uur per week.
De Raad stelde ambtshalve de vraag aan de orde of appellante procesbelang had bij haar beroep. De Raad oordeelde dat procesbelang vereist dat het nagestreefde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en voor de indiener betekenis heeft. Nu het bestreden besluit tegemoet kwam aan de wens van appellante om haar WAO-uitkering naadloos voort te zetten naar dezelfde mate van arbeidsongeschiktheid, was er geen rechtens relevant belang bij de geschilpunten over de omvang van de maatman.
De Raad overwoog verder dat toekomstige onzekerheden over een mogelijke herkeuring onvoldoende actueel belang vormen om het beroep ontvankelijk te verklaren. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en het proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van actueel procesbelang.