ECLI:NL:CRVB:2008:BG7119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving een bijstandsuitkering en meldde dat hij werkzaamheden had verricht in een restaurant tot februari 2004. Na een tip dat hij doorwerkte, stelde het College een onderzoek in en vond loonstroken en een werkgeversverklaring die dit bevestigden. Het College herzag en trok de bijstand deels in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanaf maart 2004 niet meer werkte bij het restaurant en verwachtte bevestiging daarvan van de werkgever. De Raad oordeelde dat de loonstroken en verklaring voldoende bewijs vormen dat appellant wel werkte en inkomsten genoot in de betwiste periode.
De Raad verwierp het verweer dat werkzaamheden in een nieuwe woning en een cursus het werken onmogelijk maakten, aangezien loonstroken aantonen dat het aantal uren in die maanden was verminderd. Door het niet melden van deze werkzaamheden heeft appellant zijn inlichtingenplicht geschonden, waardoor de bijstand ten onrechte werd verleend.
Het College handelde binnen haar bevoegdheid door de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad vond geen reden om af te wijken van het terugvorderingsbeleid en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens niet gemelde werkzaamheden en inkomsten.