ECLI:NL:CRVB:2008:BG7053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken relevante wijziging omstandigheden
Appellante diende meerdere aanvragen om bijstand in, welke door het College van burgemeester en wethouders van Utrecht werden afgewezen vanwege het bestaan van een voorliggende voorziening, namelijk een arbeidsovereenkomst met haar werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit van het College, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.
In hoger beroep richtte appellante zich tegen het in stand laten van deze rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat er sinds de eerdere afwijzing een relevante wijziging in haar omstandigheden had plaatsgevonden die recht zou geven op bijstand. De Raad stelde vast dat per 23 december 2005 nog steeds een loondienstverhouding bestond en dat appellante daardoor een beroep kon doen op een voorliggende voorziening.
Ook medische informatie over een diagnose van een autismespectrumstoornis werd niet als een relevante wijziging beschouwd, omdat dit een verdere onderbouwing van reeds gestelde arbeidsongeschiktheid betrof en geen nieuw feit. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellante wordt afgewezen wegens het ontbreken van een relevante wijziging in omstandigheden.