ECLI:NL:CRVB:2008:BG7043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ANW-uitkering zonder schending rechtszekerheidsbeginsel
Appellant ontving een ANW-uitkering die per 30 november 1998 werd beëindigd vanwege het bestaan van een gezamenlijke huishouding. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) vorderde vervolgens een bedrag van €15.444,35 terug als te veel betaalde uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door de Svb en later ook door de rechtbank.
Na diverse besluiten over boetes en betalingsregelingen werd het bezwaar van appellant tegen de terugvordering opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit echter vanwege een fout in het vastgestelde invorderingsbedrag en beval een nieuwe beslissing. De Svb stelde het maandelijkse invorderingsbedrag vast op €359,56, wat door appellant niet werd betwist.
De Raad oordeelde dat de Svb op grond van de ANW verplicht was het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen en dat geen dringende redenen of schending van het rechtszekerheidsbeginsel waren gebleken die tot kwijtschelding konden leiden. De hoogte van het terug te vorderen bedrag was niet betwist en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de ANW-uitkering en het vastgestelde invorderingsbedrag wordt ongegrond verklaard.