ECLI:NL:CRVB:2008:BG7018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Afwijzing volledige reiskostenvergoeding bij toegenomen reisafstand en extreme reistijd
Appellant, werkzaam bij een justitiële jeugdinrichting, kreeg aanvankelijk een volledige reiskostenvergoeding toegekend. Na een reorganisatie en plaatsing op een nieuwe functie met een grotere afstand tot het werk, vroeg hij om een volledige vergoeding op grond van artikel 12a van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 (VKB). De minister kende een tijdelijke extra vergoeding toe, maar weigerde de volledige vergoeding.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de toegenomen reisafstand en extreme reistijd per openbaar vervoer een bijzonder geval vormden dat recht gaf op volledige vergoeding. De Raad oordeelde dat appellant reeds een tijdelijke vergoeding had ontvangen en dat alleen een principekwestie resteerde, waardoor het hoger beroep tegen de tijdelijke vergoeding niet-ontvankelijk werd verklaard.
Ten aanzien van het verzoek om volledige vergoeding overwoog de Raad dat appellant volgens de regelgeving geen aanspraak hierop kon maken en dat de eerdere toepassing van de hardheidsclausule onterecht was. De minister hoeft een onjuiste beslissing niet te herhalen. Het hoger beroep tegen de afwijzing van de volledige vergoeding werd daarom afgewezen.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit van de minister.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de tijdelijke vergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om volledige reiskostenvergoeding wordt afgewezen.