ECLI:NL:CRVB:2008:BG6953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens niet tijdige inschrijving werkzoekende niet gerechtvaardigd
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en was tijdelijk vrijgesteld van inschrijving als werkzoekende vanwege een WAO-aanvraag. Na terugkeer in het arbeidsproces verlengde appellant zijn inschrijving niet tijdig in augustus 2001, maar het College legde geen maatregel op wegens dringende redenen. In 2004 en 2005 weigerde het College de langdurigheidstoeslag toe te kennen op grond van die niet tijdige inschrijving.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College de gedraging van appellant onterecht op één lijn stelde met situaties waarin wel een maatregel werd opgelegd. De Raad stelde vast dat de niet tijdige verlenging niet aan appellant kon worden verweten vanwege bijzondere omstandigheden, namelijk het overlijden van een familielid.
De Raad vernietigde het besluit van 16 maart 2006 en het besluit van 14 december 2005 en kende de langdurigheidstoeslag toe voor 2005. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt alsnog toegekend en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.