ECLI:NL:CRVB:2008:BG6767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en proceskostenvergoeding wegens niet tijdig besluit op bezwaar
Appellant, een voormalig schilder, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid na ziekte door depressieve klachten. Het UWV herzag de uitkering in 2005 op basis van medisch onderzoek en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 25-35%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar en tegen het inhoudelijke besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling en de arbeidskundige functies passend waren. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank niet had geoordeeld over het niet tijdig nemen van een besluit, dat de medische beperkingen onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat de toelichting op de overschrijdingen in de geselecteerde functies onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat het UWV niet had betwist dat het bezwaar niet tijdig was behandeld en vernietigde het deel van de uitspraak dat de proceskostenvergoeding weigerde. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende was gemotiveerd. Het hoger beroep tegen het inhoudelijke besluit werd ongegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat proceskostenvergoeding weigerde en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht, bevestigt het oordeel over de inhoudelijke WAO-uitkering.