ECLI:NL:CRVB:2008:BG6728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-arbeidsongeschiktheid wegens ontbreken psychiatrisch ziektebeeld
Appellant meldde zich op 15 maart 2004 ziek vanwege psychische klachten en ontving ziekengeld. Een psychiatrisch rapport van december 2004 constateerde een persoonlijkheidsstoornis met drugsmisbruik, maar geen invaliderende psychopathologie. Op basis hiervan stelde de verzekeringsarts vast dat appellant vanaf 4 april 2005 niet meer arbeidsongeschikt was.
Het Uwv beëindigde het ziekengeld per die datum, wat appellant aanvocht. Een bezwaarverzekeringsarts en een door de rechtbank ingeschakelde psychiater bevestigden dat appellant wel beperkingen had, maar geen psychiatrisch ziektebeeld dat volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij dit oordeel, stellende dat appellant eenvoudige en gestructureerde werkzaamheden als tuinbouwmedewerker kon verrichten. Er was geen reden om te twijfelen aan het ontbreken van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld per 4 april 2005. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellant is terecht niet meer arbeidsongeschikt verklaard vanaf 4 april 2005 wegens het ontbreken van een psychiatrisch ziektebeeld.